|
De gereedschapskist van de teler verandert snel. Steeds meer chemische toelatingen verdwijnen, terwijl ziekten, plagen en grillige weersomstandigheden niet minder worden. Daardoor groeit de behoefte aan oplossingen die niet alleen bestrijden, maar ook het natuurlijke verdedigingsvermogen van het gewas ondersteunen. Biologische gewasbeschermingsmiddelen krijgen binnen die ontwikkeling een steeds belangrijkere plaats. Ze kunnen telers helpen om risico’s te spreiden, residu te beperken en bestaande spuitschema’s toekomstbestendiger in te richten. Van reageren naar gericht voorkomenTraditionele gewasbescherming is vaak sterk gericht op ingrijpen zodra een aantasting zichtbaar wordt of wanneer de infectiedruk oploopt. Die aanpak blijft in veel situaties noodzakelijk, maar biedt minder ruimte wanneer het aantal beschikbare werkzame stoffen afneemt. Preventie wordt daardoor belangrijker. Niet als vaag streven, maar als een praktisch onderdeel van de teeltstrategie. Een weerbaar gewas is beter in staat om verstoringen op te vangen. Dat betekent niet dat ziekten of plagen volledig verdwijnen. Wel kan een plant sneller reageren, schade beperken en na een stressmoment beter herstellen. Biologische middelen en functionele biostimulanten sluiten hierop aan doordat zij processen in en rond de plant kunnen ondersteunen. Weerbaarheid begint vóór het moment waarop schade zichtbaar wordt. Dat vraagt om een andere manier van plannen. Toepassingen moeten passen bij het ontwikkelingsstadium van het gewas, de verwachte weersomstandigheden, de ziektedruk en de overige maatregelen binnen het teeltschema. De rol van chitosan in plantweerbaarheidEen stof die binnen biologische gewasbescherming veel aandacht krijgt, is chitosan. Dit biopolymeer wordt gewonnen uit chitine, een natuurlijke stof die onder meer voorkomt in de celwanden van schimmels en in het uitwendige skelet van insecten en schaaldieren. Planten beschikken over receptoren die bepaalde structuren uit chitine kunnen herkennen. Wanneer een plant met een geschikte chitosanformulering wordt behandeld, kan dat herkenningsmechanisme worden geactiveerd. De plant reageert vervolgens door eigen afweerprocessen in gang te zetten. Daarbij worden onder andere enzymen en eiwitten gevormd die een rol spelen bij de verdediging tegen schadelijke organismen. Deze werking wordt vaak omschreven als elicitorwerking: de toepassing geeft als het ware een signaal waardoor de plant zich voorbereidt op mogelijke aantasting. Dat mechanisme maakt chitosan interessant voor telers die biologische oplossingen willen inpassen in duurzame teeltsystemen. Het middel neemt de rol van goed teeltmanagement niet over. Het kan wel een extra beschermingslaag vormen naast rassenkeuze, vruchtwisseling, hygiëne, monitoring en een zorgvuldig opgebouwd spuitschema. Bescherming tegen biotische en abiotische stressGewassen krijgen te maken met verschillende vormen van druk. Biotische stress ontstaat door levende organismen, zoals pathogene schimmels, bacteriën, insecten en aaltjes. Abiotische stress wordt veroorzaakt door niet-levende factoren. Denk aan droogte, vorst, hitte, sterke temperatuurwisselingen of problemen met water- en nutriëntenopname. Die stressfactoren staan niet los van elkaar. Een gewas dat door droogte verzwakt, kan gevoeliger worden voor een aantasting. Andersom kan schade aan wortels of bladeren de verdamping, groei en opnamecapaciteit verder verstoren. Een integrale aanpak kijkt daarom niet uitsluitend naar de ziekteverwekker, maar ook naar de conditie van de plant en de kwaliteit van de teeltomgeving. Plantversterkers kunnen bijdragen aan de fysiologische weerbaarheid. Beschermende coatings kunnen daarnaast helpen om vochtverlies te beperken bij wortels, bollen, knollen of plantmateriaal. De combinatie van zulke maatregelen is vooral relevant in perioden waarin het gewas snel moet schakelen. Bijvoorbeeld tijdens het verplanten, rond late nachtvorst, bij opslag of tijdens langdurige droogte. Bodem en wortels als fundamentEen vitaal bovengronds gewas begint bij een goed functionerend wortelstelsel. Wortels bepalen in hoge mate hoeveel water en nutriënten een plant kan opnemen. Ook de microbiële gemeenschap rondom de wortels speelt een belangrijke rol. Gunstige bacteriën en schimmels kunnen nutriënten beschikbaar maken, de wortelontwikkeling ondersteunen en ruimte innemen die anders door schadelijke organismen wordt benut. Daarom verdient bodemgezondheid een vaste plaats in iedere weerbaarheidsstrategie. Het gaat daarbij niet alleen om organische stof of bemesting, maar ook om structuur, zuurstofverdeling, vochtbalans en de afbraak van oude wortel- en gewasresten. Achtergebleven plantenmateriaal kan een voedingsbodem of schuilplaats vormen voor wortelpathogenen. Een gerichte enzymatische afbraak kan helpen om deze resten sneller om te zetten en het microbiële evenwicht te ondersteunen. Een gezonde wortelzone vergroot de speelruimte van de teler. Planten met een sterk wortelstelsel herstellen doorgaans beter van tijdelijke droogte en kunnen beschikbare voedingsstoffen efficiënter benutten. Dat vertaalt zich niet automatisch in ieder seizoen naar dezelfde opbrengstreactie, maar het verkleint wel de kwetsbaarheid van het teeltsysteem. Biologische middelen inpassen in de praktijkEen biologisch product werkt niet los van de omstandigheden waarin het wordt toegepast. Waterkwaliteit, dosering, spuittechniek, gewasstadium en mengbaarheid beïnvloeden het resultaat. Ook een schone installatie is belangrijk. Restanten van andere middelen kunnen de oplosbaarheid of werking verstoren. Bij het combineren van producten is voorzichtigheid nodig. Een mengsel dat op papier logisch lijkt, kan in de praktijk neerslaan of ongewenste reacties geven. Een voorafgaande mengproef in een maatbeker biedt dan waardevolle informatie. Daarnaast moeten etiketten, toelatingen en gebruiksvoorschriften altijd leidend blijven. Praktijkonderzoek is hierbij onmisbaar. Proef- en demovelden laten zien hoe een toepassing reageert op verschillende grondsoorten, gewassen, weerspatronen en teeltsystemen. Zulke gegevens helpen telers om biologische middelen niet als losse vervanger te zien, maar als onderdeel van een breder programma waarin preventie, monitoring en gerichte correctie elkaar aanvullen. Meer zekerheid door een bredere gereedschapskistDe afname van chemische mogelijkheden vraagt niet om één wondermiddel. Het vraagt om een bredere gereedschapskist, waarin biologische gewasbescherming, plantversterking, coatings, bodemmanagement en bestaande correctiemiddelen verstandig worden gecombineerd. Juist die samenhang maakt een teeltsysteem robuuster. Voor telers betekent dit dat keuzes eerder in het seizoen moeten worden voorbereid. Welke stressmomenten zijn voorspelbaar? Waar vallen gaten in het huidige schema? Welke toepassingen passen bij het gewas en de bedrijfsvoering? Door deze vragen tijdig te beantwoorden, ontstaat ruimte om preventief te handelen in plaats van uitsluitend te reageren wanneer de schade al zichtbaar is. De praktische waarde zit uiteindelijk in de juiste toepassing op het juiste moment. Met kennis van het gewas, aandacht voor de wortelzone en een goed onderbouwde inzet van biologische oplossingen kan de teler stap voor stap werken aan een gezonder gewas, een lager residurisico en meer stabiliteit onder uitdagende teeltomstandigheden. |
Biologische gewasbescherming als bouwsteen voor een weerbare teelt
