|
Op de campagnepagina stond 38.450 euro toen Lotte Nijhuis en Bram Kamphuis in februari de sleutel kregen van hun bedrijfsunit op een bedrijventerrein in Hengelo. Ruim driehonderd mensen hadden geld gestoken in hun plan, een werkplaats waar ze tafels en kasten op maat maken van staal en massief hout, voor kantoren en horeca in de omgeving. Een deel van de investeerders krijgt een lening met rente terug, een ander deel kreeg een kruk of een wandplank uit de eerste serie. “We hadden alles uitgerekend,” zegt Lotte, terwijl ze over de kale betonvloer loopt. “De CNC-frees, de lasapparatuur, de afzuiging, de huur voor het eerste jaar. Alleen aan de stroom hadden we niet gedacht.” Een pand gemaakt voor dozenDe vorige huurder gebruikte de unit als opslag. Een paar tl-armaturen, een kantoortje met een koffiezetapparaat en een roldeur met een elektrische motor, meer vroeg hij niet van het gebouw. De aansluiting was daarop afgestemd. In de meterkast zat een hoofdaansluiting van 3×25 ampère met een groepenkast van zes groepen, waarvan maar één voor krachtstroom. Bram had de specificaties van de machines al maanden in een spreadsheet staan. De frees heeft een spindel van ruim zeven kilowatt en een vacuümpomp die het plaatmateriaal vastzuigt, allebei op 400 volt. Daarbij komen de compressor, de afzuiginstallatie en een MIG-lasapparaat. “Op papier telde ik het op en dacht ik dat het wel zou passen. Maar ik had geen rekening gehouden met wat een elektromotor trekt op het moment dat hij aanslaat.” Meten voordat je besteltVia een andere ondernemer langs de Laan Hart van Zuid kwamen ze bij Elektricien Hengelo terecht. De monteur keek eerst naar wat er al hing en vroeg daarna vooral door over hoe ze wilden gaan werken. Hoe lang draait de frees achter elkaar, staat de afzuiging dan ook aan, wordt er tegelijk gelast. Daaruit bleek dat op een gewone werkdag bijna alles tegelijk draait. Met de aanloopstroom van de compressor erbij was 3×25 ampère simpelweg te krap. Het advies bestond uit twee delen. Eerst een zwaardere aansluiting aanvragen bij de netbeheerder, in hun geval 3×63 ampère, omdat dat nog binnen kleinverbruik valt en ruimte laat voor een tweede machine later. Daarnaast in de werkplaats een aparte onderverdeler met een eigen groep per machine, vaste CEE-krachtstroomcontactdozen aan de wand in plaats van verlengkabels over de vloer, en een noodstop bij de deur waarmee alle machines in één keer spanningsloos gaan. Dat laatste gaf Lotte meteen een rustiger gevoel, met stagiairs die straks meedraaien. Wat ze anders zouden doenDe aanvraag bij de netbeheerder kostte tijd. Het stroomnet staat in grote delen van het land onder druk, en hoewel een kleinverbruikaansluiting meestal sneller rond is dan een grote, zaten er toch weken tussen aanvraag en verzwaring. In die periode draaiden ze proefstukken op een kleine machine en bouwden ze de werkbanken zelf. De installatie in de werkplaats lag er al, zodat alles op de dag van de verzwaring in een middag kon worden aangesloten. De kosten haalden ze uit de buffer die eigenlijk voor marketing bedoeld was. “Als ik nu iemand spreek die een campagne opzet voor een werkplaats, zeg ik altijd hetzelfde,” zegt Bram. “Laat eerst iemand naar je meterkast kijken en zet dat bedrag in je doel. Investeerders snappen dat prima. Een frees die niet kan draaien, snapt niemand.” Toen ze in mei hun eerste vergadertafel afleverden bij een kantoor in het centrum, stuurden ze een foto naar alle investeerders. En eentje naar de monteur van Elektricien Hengelo, met een duim omhoog. |
Crowdfunding voor een werkplaats: vergeet de meterkast niet
