|
Zevenenveertig regels telde de begroting waarmee ik in mei bij de financier aanklopte. Huur van de unit, borg, twee draaischijven, werktafels, stellingkasten, klei en glazuur voor het eerste halfjaar, een website, verzekeringen, en de grootste post van allemaal: een tweedehands keramiekoven die ik via een stoppende pottenbakker in Brabant op het oog had. Ik had alles drie keer nagerekend. Wat er niet in stond, kwam ik pas tegen toen de unit al getekend was. Een elektricien Nieuw-Vennep stond nergens in mijn begroting, en eerlijk gezegd ook niet in mijn hoofd. Een bedrijfsunit heeft toch stroom, dacht ik. Er zaten stopcontacten in de muur en tl-buizen aan het plafond. Wat wil je nog meer. Een oven is geen waterkokerDe unit ligt op De Pionier, op een paar minuten fietsen van het station, in een rij van acht met roldeuren aan de voorkant. Mijn buurman links knapt fietsen op, rechts zit iemand die meubels stoffeert. Toen ik in juli de sleutel kreeg, liep de fietsenmaker binnen, keek naar de plek waar ik de oven wilde zetten en vroeg waar ik die op ging aansluiten. Ik wees naar het stopcontact. Hij lachte niet, dat moet ik hem nageven. Op zijn aanraden vroeg ik een offerte aan bij een elektricien Nieuw-Vennep. Die kwam op een warme vrijdagmiddag, keek eerst naar het typeplaatje achter op de oven en daarna in de meterkast. Het goede nieuws: de unit had een aansluiting die zwaar genoeg was en er zat al krachtstroom in de meterkast. Het minder goede nieuws: er liep nergens een groep naartoe. De oven had een eigen leiding nodig, een eigen beveiliging en een vaste aansluiting op de plek waar hij zou staan. Daar kwamen nog wat stopcontacten bij boven de werktafels, want met één wandcontactdoos voor twee draaischijven en een glazuurmolen ga je verlengsnoeren over de vloer leggen, en dat in een ruimte waar de hele dag water en klei rondgaat. Schuiven in plaats van bijlenenDe offerte kwam op een bedrag van een paar duizend euro. Geen ramp, maar ook niet iets wat je even uit de kassa haalt als die kassa nog niet bestaat. Ik had twee opties. Terug naar de financier en vragen om meer, of de begroting zelf openbreken. Ik koos het tweede, en dat bleek achteraf de verstandigste zet. In mijn begroting stond een tweede draaischijf die ik pas nodig zou hebben als ik cursussen ging geven. Die cursussen staan gepland voor het voorjaar. De draaischijf schoof naar maart, en met dat bedrag kon ik de elektra grotendeels betalen. Het restant haalde ik uit de post voor de website, door die de eerste maanden eenvoudiger te houden dan ik van plan was. Ik heb de financier daar een kort mailtje over gestuurd, met de offerte erbij. Het antwoord kwam dezelfde dag: prima, zolang het totaal gelijk blijft. Wat er nu in mijn begroting staatIk heb er twee regels bij gemaakt. De eerste heet gewoon elektra en installatie, en die gebruik ik nu als vast controlepunt: bij elk nieuw apparaat kijk ik eerst op het typeplaatje voordat ik iets bestel. De tweede regel heet onvoorzien, en daar staat nu een bedrag dat geen nul is. Dat had mijn eerste versie ook al moeten hebben, zei de fietsenmaker, die zelf ooit een compressor kocht waar zijn unit niet op berekend was. De oven heeft inmiddels drie keer gestookt. De eerste lading kopjes was voor mijn moeder in Getsewoud, die er nu elke ochtend haar thee uit drinkt en aan iedereen vertelt dat haar dochter een fabriek heeft. Dat is wat overdreven, maar ik laat het zo. |
Mijn keramiekatelier in Nieuw-Vennep: de begrotingsregel die ik vergat
